|
In
de deelstaat Karnataka, waar onze projecten gelegen zijn, kent men geen
specifieke seizoenen zoals bij ons. Het is een dorre, droge streek, waar het
eigenlijk nooit regent, behalve tijdens de moessonperiode, grofweg van half juni
tot eind september – en dan nog. En
dan, ergens in juni verandert er elk jaar plots iets in het weerbeeld: de
moessonregens zijn in aantocht! Zij zullen de verbrande aarde en de verdroogde
planten opnieuw tot leven moeten wekken. Weerkundigen
hebben uitvoerig wetenschappelijk onderzoek gedaan over dit jaarlijks
terugkerend fenomeen, in een poging het te verklaren en zo mogelijk nauwkeurig
te voorspellen. Voor een samenleving die grotendeels gebaseerd is op landbouw is
dit uitermate belangrijk. Als de regens te laat komen zullen de boeren minder
zaaien, omdat ze een droogte vrezen. Als het met lange onderbrekingen regent,
zal opschietend zaaigoed misschien afsterven en als het te hard gaat regenen
worden de jonge plantjes misschien weggespoeld. Hoe
ontstaat nu die moesson? In feite gaat het om een seizoensgebonden wijziging van
de windrichting, waarbij regen het gevolg is. Het grootste gedeelte van de tijd
waait de wind uit het oosten, dus van het land naar de Arabische zee. Onder
invloed van macroklimatologische elementen verschuift de windrichting naar
zuidwest en waait dan van over de oceaan landwaarts. Daarbij gaat het reliëf
een belangrijke rol spelen. In zuidwest India heb je een smalle kuststrook,
gevolgd door een steile bergketen, de “Western Ghats”, met hoogten tussen
1200 en 2400 meter. Aan de oostzijde gaat die bergketen zacht hellend over in
het Deccan plateau, een vlakker gebied, dat zowat 300 tot 600 m boven de
zeespiegel ligt. De rivieren in deze streek ontspringen allemaal in de Western
Ghats en vloeien naar het oosten om uiteindelijk in de Indische oceaan uit te
monden. Boven
het droge land wordt de lucht sterk verhit, zet uit en zo krijg je stijgende
luchtstromingen. Met de zuidwestenwind wordt tegelijkertijd vochtige lucht van
over de oceaan aangevoerd. Deze luchtstroom stoot tegen de bergen van de Western
Ghats en wordt daar omhoog gestuwd. Hierbij koelt ze in de hogere atmosfeer
sterk af. Lucht die afkoelt kan minder vocht ophouden en dus gaat het regenen.
Boven de Western Ghats is de regenval uitzonderlijk groot, 200 cm neerslag en
meer op een paar maanden tijd. Verder landinwaarts neemt de hoeveelheid neerslag
stelselmatig af en in de streek van de missies is dat zelfs nog maar 25 tot 50
cm, als alles normaal verloopt tenminste. Ter vergelijking: in België bedraagt
de normale waarde van de neerslag op jaarbasis 780 mm – (bron : KMI). Na een
paar maanden is het moessonseizoen voorbij en herbegint de droogte. Door
de hevige regenval boven de Western Ghats zijn de rivieren opnieuw goed gevuld.
Uiteraard heeft de mens er al lang van gedroomd zoveel mogelijk van dat kostbare
water op te sparen om de droogte te kunnen overleven. Op tal van plaatsen
bestaan er dan ook kleinschalige spaarbekkens, “tanks” genoemd, die
plaatselijk enige reserve opleveren. Dit is niet het geval in de streek waar
onze projecten gelegen zijn, een streek van extreme droogte, waar zelfs tijdens
de moessonperiode weinig water te verzamelen valt. Rond
de arme dorpen in de buurt van Maski en Harapur vind je heel veel gezinnen die
een klein lapje grond bewerken, in de hoop zo enigszins in hun voedselbehoefte
te kunnen voorzien. Bij een normaal moessonseizoen krijgt de grond voldoende
vocht om een (schrale) oogst mogelijk te maken. Stel je daar niet te veel van
voor. De opbrengsten zijn laag en sommige jaren blijven de moessonregens geheel
of gedeeltelijk achterwege. De gevolgen hebben we zelf kunnen zien tijdens ons
verblijf ter plaatse. Het had dat jaar maar een drietal keer een half uurtje
geregend. Het resultaat was catastrofaal: maïsvelden waar hooguit een kwart van
het zaaigoed gekiemd was. De rest was daarna grotendeels verdord op het veld.
Slechts hier en daar zag je nog wat stengels van hoogstens een meter hoog, met
een petieterige maïskolf, nog niet de helft van wat we bij ons op de velden
zien. Treurig om zien als je weet hoe belangrijk de oogst voor deze mensen is.
We hebben echt nooit durven vertellen dat de boeren bij ons maïs telen om hun
dieren te voederen. Het
goede nieuws is dat de moessonregens in 2005 zeer goed geweest zijn. Alle
verhoudingen in acht genomen zullen de kleine boeren in Karnataka dit jaar dus
op een behoorlijke oogst mogen rekenen. Helaas is er in sommige streken, o.a.
Mumbay dan weer teveel regen gevallen, met plaatselijke overstromingen tot
gevolg. Zoals alles en overal in India is zelfs de regen zeer ongelijk verdeeld
en zijn de armen altijd de eerste slachtoffers. |